Column
Geen monument is heilig
Onlangs werd het oorlogsmonument op de Dam in Amsterdam niet voor de eerste keer beklad. Daarvoor zijn twee personen opgepakt. De leuzen waren nogal cryptisch en nog steeds weet niemand wat nou eigenlijk de boodschap was die ze wilden overbrengen. De ophef was groot. Van monumenten blijf je af.
Afgelopen vier mei was het ook al raak. Toen werd het monument op de Dam beklad met rode verf en het woord GENOCIDE. De boodschap was toen, in mijn ogen, duidelijk: Braaf ieder jaar herdenken, maar ondertussen wegkijken van een volkerenmoord. Je zou er zomaar de pijnlijke conclusie op kunnen plakken dat de mens de lessen van toen alweer vergeten is. Of als je echt cynisch wilt zijn: de grootste slachtoffergroep van toen is in de voetsporen van haar beul en moordenaar getreden. Der Addie kan trots zijn...
Bloed aan de paal...
Schijnheiligheid
De schijnheiligheid waarmee de wereld het lot van de Palestijnen negeert valt niet te ontkennen. Het collectieve schuldgevoel n.a.v. wat ‘we’ tijdens W.O. II hebben laten gebeuren is nog steeds groot. Tel daar de huidige salonfähige Moslimhaat bij op en je hebt een perfecte storm.
Maar zoals het Engelstalige gezegde luidt: Two wrongs don’t make a right. Een volk dat onbeschrijflijk heeft geleden 80 jaar na dato een vrijbrief geven om een koloniale volkerenmoord te plegen is geen oplossing. Ik kan het haar niet vragen en we zullen het haar nooit horen zeggen, maar ik denk dat Anne Frank, wier standbeeld al meermaals is beklad, het daar mee eens zou zijn. Zij schreef immers in haar dagboek: “Waarom, o waarom kunnen mensen niet vreedzaam samenleven? Waarom al die vernietiging?”
Daarom vind ik - als oorlogsveteraan, voor wat het waard is - dat het oorlogsmonument mag worden beklad en het standbeeld van Anne Frank rood mag worden geverfd. En dat heeft niks met antisemitisme te maken. Sterker nog, het is een daad van liefde, harde liefde, maar liefde niettemin. Liefde voor haar historische en culturele erfenis, en om haar nagedachtenis te eren en ons, die nu leven, bij de les te houden. Om de mensen eraan te herinneren dat de geschiedenis zich herhaalt. En dit keer kan niemand zeggen dat ie het niet geweten heeft…
Bloedrood? Schaamrood?
Of allebei?
Holocaust-krediet
Monumenten vertegenwoordigen een idee, een emotie, een gebeurtenis. Wij kunnen ons proberen in te leven in dat gevoel en dat idee en de gebeurtenis herdenken. Maar om het idee en de nagedachtenis levend te houden, moeten mensen opstaan en handelen en de betekenis van het monument inhoud geven met hun daden. Of zoals Anne Frank schreef: “Ik moet mijn idealen hoog houden, want misschien komt de tijd dat ik ze zal kunnen uitvoeren.” Maar het lot besliste anders. Anne werd slachtoffer van de Holocaust en heilig verklaard.
De volgende quote sluit daar op aan. Hij is van de Poolse-Britse socioloog en politicoloog van Joodse afkomst, Zygmunt Bauman. “The risk of the Holocaust is not that it will be forgotten, but that it will be embalmed and surrounded by monuments and used to absolve all future sins.”
Vrij vertaald betekent dat zoveel als: Het gevaar van de Holocaust is niet dat die zal worden vergeten, maar dat deze zal worden geïdealiseerd, omringd door monumenten, en gebruikt om alle toekomstige zonden te vergeven.
Een Israëlische minister, ik weiger zijn naam hier op te schrijven, heeft deze week de hartenwens uitgesproken dat er dagelijks 30 tot 40 Palestijnen worden geliquideerd. Gewoon om omdat het kan en omdat het mag. Want, zo voegde hij eraan toe, ze zijn het leven niet waar en het zijn geen mensen.
Hoeveel Holocaust-krediet heeft Israël nog? Hoe lang kan dat land nog surfen op de golf van schaamte en schuld die de rest van de wereld overspoelt en waarin wij allemaal naar adem happen en verdrinken, terwijl wij ons vastklampen aan onze monumenten als waren het reddingsboeien.
Het monument als onderduikadres voor het eigen falen. Als schaamlap eigen geweten. Verheven boven alles, zelfs de boodschap en betekenis waarvoor het is opgericht. Zoals het oorlogsmonument op de Dam waar Nederland op vier mei samenkomt om te herdenken, om dit snel weer te vergeten voor de rest van het jaar. Vorige jaar werd er zowaar een krans gelegd door een persoon die de racistische omvolkingstheorie aanhangt en graag spreekt van ’witte genocide’. Op vijf mei gooien we er nog een festival tegenaan met als motto een uitgekauwde slogan die zo hol klinkt als een leeg blik Zyklon B en we kunnen er weer een jaartje tegen. Vrijheid, blijheid, schmijheid.
Verzet
Verandering begint met verzet. Monumenten zijn daarbij een legitiem doelwit. Enerzijds omdat ze symbool staan voor een ideaal dat blijkbaar belangrijk genoeg is om een zichtbaar, tastbaar beeld voor op te richten, maar dat niet langer wordt nageleefd. Anderzijds omdat datzelfde monument de morele status quo in stand houdt: de verering van een stuk brons of steen, wat ons het idee moet geven dat wij genoeg doen, omdat ‘we’ een keer per jaar twee minuten stil zijn of een krans leggen. Was het maar zo makkelijk. Het is theater, een hol ritueel om onze eigen onwil en ons gebrek aan daadkracht mee te verbloemen.
Een monument bekladden is een verzetsdaad, maar dit soort verzetsdaden worden meteen verketterd en zijn nooit aanleiding tot verdere discussie - in tegenstelling tot het in brand steken van een hotel voor asielzoekers of het blokkeren van een snelweg met afgeplakte nummerborden. Dan is er wel ruimte voor het gesprek, en niet alleen in Nederland.
Het bekladden van een monument kan simpelweg worden afgedaan als ‘vandalisme’ en ‘antisemitisme’ - troefkaarten die iedere mogelijkheid om tot een gesprek of inzicht te komen in de kiem smoren.
Maar verf kan je wegpoetsen, een standbeeld kan je afspuiten. Het uit wreedheid vergoten bloed zal voor altijd aan onze handen kleven en onze nagedachtenis tot het einde der tijden besmeuren. Niet lang meer en onze generatie zal de geschiedenis ingaan als de generatie die het weer heeft laten gebeuren. Willens en wetens.
Alsof het nooit gebeurd is...
De beeldcitaten komen van AT5 en NOS.
Maak jouw eigen website met JouwWeb