Column

Dit is geen column...

“Overal ter wereld worden liberale democratieën bedreigd door cryptofascistische krachten, daarbij geholpen door Big Tech en het Grote Geld. Ook Nederland ontkomt niet aan deze trend: Poetin-apologeten die de rechtstaat proberen uit te hollen, opruiende AI-filmpjes vol racistische leugens en complottheorieën, drones boven Eindhoven. Zomaar een paar voorbeelden die voor veel onrust zorgen. Maar ANTIFA moet verboden worden… De originele antifascisten, te weten de militairen en burgers die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor onze vrijheid zijn omgekomen, draaien zich om in hun graf.”

Deze alinea kwam niet door de censuur op de redactie van Checkpoint Magazine. Ik was weer eens aan het “fulmineren tegen de wereld”. Wanneer feitelijke constateringen worden afgedaan als fulmineren tegen de wereld dan wordt het tijd om te vertrekken.
In een andere column van vorig jaar schreef ik dat de grenscontroles een toneelstukje zijn. Mocht ik ook niet schrijven want daarmee zou ik de collega’s van de Marechaussee afvallen.

Ten eerste zijn het niet mijn collega’s en ten tweede: ik neem het voor ze op, die mannen en vrouwen die worden ingezet als pionnen. Wie daar moeite mee heeft valt zelf collega’s af, en neemt het op voor racisten en xenofoben. Maar zo werkt ‘de lange arm’. Wiens brood men eet…
Ook kreeg ik een keer het verwijt dat een van mijn columns niet over veteranen zou gaan. Terwijl ik ‘m toch echt zelf had geschreven. Blijkbaar was ik iemand anders geworden.

Ik ben meteen naar de spiegel gerend om te kijken of er iets mis met mij was.

Of wat te denken van het opbeurende en constructieve commentaar “Dit is geen column.” Ronduit beledigend en te dom voor woorden.
Maar het begon met het volgende pijnlijke voorval. Dat was het begin van het einde.

Afgelopen 4 mei werd er op de dam een krans gelegd door een persoon die de racistische omvolkingstheorie aanhangt. Dat is een feitelijk constatering. Dat mocht ik niet schrijven, want dat was politiek. Alsof Checkpoint een a-politiek blad is. Veteraan-zijn ís politiek. Op 4 mei herdenk ik mensen waarmee ik gediend heb. Mensen die hun leven hebben gegeven in een oorlog ver van huis. Mensen voor wie het leven daarna teveel werd, om wat ze daar hadden gezien.

Wanneer je gedocumenteerde racisten die de NSB-vlag op hun kantoor hebben hangen uit de wind houdt omdat je bang bent iemand voor het het hoofd te stoten dan positioneer je jezelf aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Het is een klap in het gezicht van veteranen. Pijnlijk, voor een veteranenblad, maar mijn loyaliteit aan de lezer was nog altijd groter dan mijn weerzin tegen zulk laf en hypocriet gedrag.
Ik heb het allemaal geslikt, wilde al een keer eerder stoppen maar heb mij laten overreden. Tot afgelopen december, toen bovenstaande alinea met daarin mijn eerbetoon aan de mannen en vrouwen die 80 jaar geleden hun leven gaven voor wat er tegenwoordig door moet gaan voor vrijheid, werd geweigerd.

Daarvoor is geen plek in Checkpoint Magazine, maar er is wel ruimte voor de achterhaalde opvatting dat kritiek op de koloniale oorlog in Indonesië, gelijkstaat aan kritiek op Indië-veteranen.

Het NLVi wist me altijd te vinden als ze goede sier met mij konden maken. Vorige jaar nog werd ik nog samen met een aantal andere veteranen uitgeroepen tot ‘boegbeeld’ en werd er een magazine uitgegeven, speciaal ter ere van ons. Van boegbeeld naar luis in de pels in een half jaar tijd. Zo snel kan het gaan.

Ze zeggen dat je voor principes niks koopt. Misschien is dat zo, maar mijn principes zijn ook niet te koop. Als oorlogsgetuige weiger ik mij te conformeren aan lafaards die bang zijn voor kritiek en streberige baantjesjagers zonder taalgevoel maar wel met een eigen agenda.

We leven in gevaarlijke tijden, en het grote gevaar begint altijd met kleine dingen. Zoals het normaliseren van bepaald taalgebruik, wegkijken, niets doen. Dat. Nooit. Meer. Drie woorden die je makkelijk uitspreekt. Maar je moet er ook wat voor doen… Zoals je mond opentrekken, of de straat op gaan, of in de pen klimmen. Er wordt al genoeg naar boven gelikt en naar onderen getrapt.

En misschien zijn er wel klachten over mij binnengekomen op de redactie. Waarom niet? Sterker nog, het zou me verbazen als dat niet zo is. Maar dan is dat nooit met mij gedeeld. Maar stel dat dat zo is, dan is de volgende vraag: voor wie neem je het dan op?

Maar het is goed zo. Ik heb een mooie tijd gehad, schrijvend in Checkpoint. Dank aan alle lezers en ook dank aan mijn redacteur waar ik veel van heb geleerd. Zij had af entoe veel met me te stellen, maar bleef altijd rustig.

De afgelopen maanden was ik verdrietig en teleurgesteld. Ik heb gerouwd om het verlies en kon dat al die tijd niet delen. Het schrijven van dit warrige betoog en het benoemen van mijn grieven was de verwerking die ik nog nodig had om het achter me te kunnen laten. Ik was boos en verbitterd, maar nu is het goed. Het is klaar. Ik bind een strik om een prachtige ervaring: Ik mocht achttien jaar lang schrijven voor de veteranen van Nederland en ik werd nog gelezen ook. Het was mij een eer en een genoegen.

In The Service Of Peace

Maak jouw eigen website met JouwWeb