Column
I love the smell of diesel...
Robert Duvall is niet meer. Vijfennegentig is de beste man geworden. Hij was een acteergrootheid. Ik genoot vooral van zijn westerns die hij op latere leeftijd maakte, waarin hij meestal een een belegen koejongen speelde, met een hart van goud en voor de Duivel niet bang.
Maar lang daarvoor mocht hij een van de bekendste zinnen uit de filmgeschiedenis uitspreken: “I love the smell of napalm in the morning.”
Dat was als het personage Lieutenant Colonel William "Bill" Kilgore in de film Apocalypse Now.
Die zin hoor ik regelmatig in gedachten. Wanneer ik ’s ochtends, op weg naar mijn atelier, langs een vrachtwagen met draaiende dieselmotor fiets. Dank mompel ik zachtjes tegen mijzelf: “I love the smell of diesel in the morning.” De uitlaatgassen triggeren een herinnering van lang geleden:
Het is vijf ’s morgens, stikdonker en het vriest een graad of vijftien, twintig. Sneeuw bedekt de aarde. Ons peloton verzamelt bij de vrachtwagens, die we de avond ervoor hebben geladen met hulpgoederen.
Ons peloton verzamelt bij de vrachtwagens, die we de avond ervoor hebben geladen met hulpgoederen. Vandaag staat er een lange rit op het programma. Er wordt gegaapt. Sjekkies worden gedraaid. Mijn buddy klimt in de cabine van onze vrachtwagen en start de motor. Om mij heen gebeurt hetzelfde. Een voor een beginnen de viertonners te ronken. Kachels worden hoog gezet, luchtblazers blazen voluit. Ik pak de ijskrabber en klim voorop de wagen. Met een hand houd ik mij vast aan de stootgril, met de andere krab ik de voorruit ijsvrij.
De wagens ronken. Een sneeuwbal vliegt door de lucht. Iemand vervloekt de kou. Er wordt gelachen. Met domme grappen verdrijven we onze ochtendhumeuren die het gevolg zijn van chronisch slaaptekort. Terwijl de vrachtwagens warmdraaien komen wij bij elkaar voor de laatste instructies over bijzonderheden onderweg, zoals wegversperringen of schermutselingen tussen strijdende partijen.
Het is nog donker maar door de sneeuw lijkt het toch een beetje licht. Om ons heen hangt de geur van uitlaatgassen. Een beetje zoet, een beetje zwaar.
We stappen in, twee op een wagen. De ramen zijn ijsvrij en de cabine is warm geblazen. We hangen onze half geladen uzi machinegeweren in het rek tussen ons in en stellen ons op in colonne. Door de walkie-talkie volgt de laatste check of iedereen stand-by en gereed voor vertrek is. Dan rijden we de poort uit, de oorlog in.
Maak jouw eigen website met JouwWeb